Hoe kan een dag op Libbenewiis eruit zien?

Vandaag is het donderdag. We zitten in de laatste week van het project ‘regenwater’ dat 5 weken lang het onderwerp was op Libbenewiis. Vanmiddag is de afsluiting en zijn de presentaties. Het project idee ontstond toen het een periode veel regende. Er kwamen vragen in de kinderen op als: Wat was eigenlijk de watersnoodramp? Is een liter water even zwaar als een kilo? De vragen bleven maar komen en de ene lokte de andere uit. Ook de mentor stelde vragen. Wat denken jullie dat er gebeurt met de watermoleculen als het beïnvloed wordt door positieve of negatieve vibraties? Weten jullie dat mensen, dieren en planten voor een groot deel bestaan uit water?
 We besloten de vragen te gaan onderzoeken.

De gezamelijke start van zo’n project begint vaak in de grote cirkel en ging toen ongeveer zo:

‘Wie wil met mij samen?’ vraagt Ellen (8) ‘Ik weet niet zo goed hoe ik dat moet doen, mijn vraag beantwoorden.’ Fijn dat ze het vraagt! Ellen is nog niet zo lang hier op school en vindt het nog lastig om haar stem te laten horen. Meteen steken drie vingers de lucht in. Anne (14) kan goed samenwerken en kinderen zijn dol op haar. Rick (10) steekt ook zijn vinger in de lucht. Hij heeft soms moeite met het vinden van aansluiting. Hij vindt dat lastig en wil dat leren. Met Anne samen durft hij het wel aan. Tom (6) steekt ook zijn vinger in de lucht. Hij vindt de vraag van Ellen interessant, en wil die opschrijven in zijn schrift. ‘Wacht’, zegt hij, ‘dat doe ik zo wel bij de letterles.

Na de grote cirkel werden er afspraken gemaakt en de vragen genoteerd in de projectmap.

Vandaag is in de hal weer een letter – en cijferles. Er hebben zich al een aantal gemeld. De leerlingen krijgen les uit taal – en rekenboekjes en werken op eigen niveau. Leerlingen brengen vaak ook eigen boeken mee die de leerkracht gebruikt tijdens de les. De mentor biedt de letters en woordbeelden aan door woorden en letters te gebruiken die bijvoorbeeld bij het project passen en houdt bij welke letters en woorden zijn aangeboden in het schrift van de leerling. Deze bedenkt ze met de kinderen en geeft ze een zichtbare plaats in de ruimte. Nadia (5) ruimt haar spullen weer op. ‘Ik ga naar buiten,’ zegt ze tegen de juf. ‘Tim en Marloes zijn bezig met de hut, ze hebben gevraagd of ik kom helpen, mijn vader komt zo.’ De vader van Nadia heeft met een groep kinderen een bouwplan gemaakt van een hut aan de hand van de wensen van de kinderen. In de groepsvergadering hebben de kinderen laten zien wat ze wilden met de hut. Ze hebben gevraagd of ze van het projectbudget materialen mochten kopen. Niet iedereen was het daar meteen mee eens. Op het moment dat zij het gemaakte (bouw)plan lieten zien in de kring werden de kinderen enthousiast. Ze zagen dat ze er ook écht in konden spelen en gaven toestemming voor het (bouw)plan.

Ik neem een kop koffie mee als ik naar buiten ga. De vader van Nadia kijkt mij een beetje oververhit aan. ‘Ze hebben grootse plannen!’ lacht hij. Ik loop een rondje over de moestuin. Daar is ook een groepje leerlingen aan het werk onder begeleiding van een ouder. Suze (6) komt op mij af rennen. ‘Kijk juf, ik heb mijn tuinplan af! Ik heb net de bloemen ingezaaid.’ Ze laat mij een prachtige kaart zien met kleuren en woorden en getallen. ‘Mag mama zo komen kijken?’ Ze gaat naar binnen om in haar taalschrift te schrijven welke letters ze heeft geleerd. Dat zijn er al heel veel! 

Drie oudere leerlingen focussen zich op eigen leerdoelen en projecten. Mark (15) wil biologie studeren en doet dit jaar staatsexamen. Hij heeft een strakke planning en kan meteen laten zien hoe goed hij heeft leren organiseren. Samen met vier andere leerlingen en zijn mentor bespreken ze wekelijks waar ze tegenaan lopen bij het leren en het plannen. Layla (14) vindt dit interessant en sluit ook regelmatig aan. 

Niels (7) en Lars (11) zijn bezig met de presentatie van vanmiddag. Ze hebben gedurende het project gefilmd en zijn nu de laatste hand aan het leggen aan het editen van het materiaal. Ze hebben alle twee een eigen youtube kanaal en zijn inmiddels experts op dit gebied. Prachtig om te zien hoe deze jongens zich dit zelf eigen hebben gemaak door te doen en te ervaren. Jort (11) haakt vaak aan, hij wil er ook mee beginnen. 

Levend leren

Als je vraagt aan kinderen wat ze willen leren dan lopen de antwoorden uiteen. Ze willen leren lezen, hutten bouwen, diersporen vinden en onderzoeken en zwemmen. Ze willen leren solliciteren, moestuinieren, koken, editen en hoe ze ehbo moeten doen. Een kind wil de koprol leren, een ander kind wil meer weten over wanneer je naar de huisarts moet. Door deze wensen als uitgangspunt te nemen leren de kinderen hun wensen serieus te nemen, op onderzoek uit te gaan en hun nieuwsgierigheid te volgen. Voor leren door te lezen heb je kennis nodig van letters. Voor het bouwen van een hut heb je een plan nodig. Als je een sollicitatiebrief wil schrijven heb je kennis nodig van de taal. Als je wil leren koken dan wil je weten hoe je dat veilig kan doen. Hoe het gasfornuis werkt. Hoe je ingrediënten herkent en weegt. Steeds is de vraag: Wat wil je leren? Wat kun je zelf? En als je hulp nodig hebt, wie kan je daarbij helpen het te ontdekken?

De omgeving

Leren in de buitenwereld is minstens zo belangrijk als leren in en om het schoolgebouw. Leren vanuit het echte leven biedt de mogelijkheid om het geleerde zinvol te maken. 

Een aantal leerlingen schrijven samen een brief aan de burgemeester. De leerlingen willen graag een deel van het speelveld gebruiken als moestuin. Zij willen graag dat die brief er mooi uitziet en klopt. Dat de letters duidelijk geschreven zijn en de boodschap er helder in staat. Die ene brief biedt talloze mogelijkheden tot onderwijs en het haakt direct aan op de motivatie van het kind. 

Buiten beleven en ervaren

Als een kind weet dat er in het natuurmuseum een tentoonstelling is over de kringloop van het water, dan past een bezoek daaraan prachtig binnen het thema. Er moet dan wel van alles onderzocht worden. Is er nog budget? Hoeveel kost een kaartje? Wie moeten we bellen? Hoe doen we het met vervoer? Willen we dat? Dit biedt zoveel mogelijkheden. Door het oppakken van het idee, het uitzoeken en het terugkoppelen ervan aan de groep komt het tot leven. Als kind sta je daarmee volledig in je eigen kracht. Hoe gaaf is het als jij een idee hebt, en er vervolgens meer kinderen met jou meedoen omdat zij het ook leuk vinden?